Dit jaar viert Feijenoord haar 200e verjaardag als woongebied. Maar vóór 1826 bestond het gebied ook al. In 1716 kwam er het eerste Rotterdamse gebouw op Zuid: het pesthuis. Een gevelstuk van dat gebouw, het timpaan, is nu te bewonderen op het voormalige Hunter Douglas terrein.
Fijenoord, zoals het vroeger vaak geschreven werd, was ooit slechts een zandplaat in de rivier. Stukje voor stukje kreeg Rotterdam er tussen 1591 en 1658 de zeggenschap over. Zo kon de stad vanaf het eilandje de verzanding in de rivier tegengaan. Dat was belangrijk om te zorgen dat de schepen konden blijven varen en de handel dus kon doorgaan.
Verder werd het eiland vooral gebruikt voor zaken die men liever niet in de drukke binnenstad wilde hebben. In de 16e eeuw kwam er het galgenveld: een open plek met galgen, waar mens als afschrikking soms de lichamen van ter dood veroordeelden liet hangen. En in 1716 werd de bouw voltooid van het eerste Rotterdamse gebouw op Zuid: het pesthuis. Dit was bedoeld voor mensen die aan de pest leden, een erg besmettelijke ziekte.
Meer dan 1000 patiënten
Maar uiteindelijk werd het gebouw nooit gebruikt voor ‘pestlijders’, zoals de patiënten genoemd werden. Want toen de bouw klaar was, kwam de ziekte hier niet meer voor. Wel werd het gebouw in 1747 en 1748 gebruikt als staatsziekenhuis. Er konden meer dan 1000 patiënten in. Later deed het pand onder meer nog dienst als opvangplek voor Engelse krijgsgevangenen, als spinnerij waar kinderen tewerkgesteld werden, en als machinefabriek.
Ruim een eeuw later, in april 1887, schreef de krant De Maasbode in een ‘feuilleton over Feijenoord’ over dit gebouw: ‘Het nieuwe Pesthuis was vrij groot van omvang, zijnde ruim 150 Rijnlandsche voeten in lengte en breedte.’ Dat is ongeveer 47 bij 47 meter. ‘Midden op het dak stond een torentje van achtkanten vorm.’ Daarnaast had het gebouw een enorm timpaan. Dat is een driehoekig stuk aan de gevel, ter versiering.
5.000 kilo zwaar
Het timpaan is altijd bewaard gebleven, ook nadat het pesthuis rond 1900 was verdwenen. Sinds 1910 behoort het timpaan tot de collectie van Museum Rotterdam. Het is een enorm gevaarte van zandsteen: 9,4 meter breed, ruim 2 meter hoog en bijna 5.000 kilo zwaar. In het beeldhouwwerk op het timpaan zijn 7 familiewapens te zien van leden van het Rotterdamse stadsbestuur. Aan de zijkanten zijn 2 riviergoden afgebeeld. Die verwijzen naar het water rond de stad en de rivieren Maas en Rotte.
Het timpaan is nu tijdelijk te zien op het voormalige Hunter Douglas-terrein in Feijenoord. Precies op de plek waar vroeger het pesthuis stond. Het is onderdeel van Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam (IABR). Link opent een externe pagina in een nieuw browsertabblad., die duurt van 18 september tot en met 29 november. Het timpaan maakt deel uit van een installatie van een architectenbureau dat het (her)gebruik van steen onderzoekt.